zoveel goeds gedaan!
Ik had mijn ogen de wacht aangezegd: niet meer naar meisjes kijken! En wat is mijn lot van Godswege? Wat beschikt de Almachtige uit den hoge? Rampspoed voor de bozen - zegt men tegenslag voor allen die kwaad bedrijven. Maar Hij zíet toch hoe ik leef! Telt toch al mijn stappen! Liet ik mij ooit in met afgoden? Of was ik uit op zulk bedrog? Als God mij eerlijk weegt moet Hij weten wat ik waard ben. Als ik stappen zet naast de weg als mijn hart doet wat mijn ogen begeren als ik inderdaad vuile handen heb laat dan een ander eten wat ik heb gezaaid uitrukken wat ik heb geplant. Als mijn hart zich liet verleiden door een vrouw en ik zat te loeren aan de deur van mijn buurman laat dan mijn vrouw koren malen voor een ander laat anderen haar dan maar bezitten. Want zoiets is ontucht, een misdaad die voor de rechter dient gebracht een dodelijk vuur dat almaar verder vreet en al mijn bezittingen zou verslinden. Heb ik slaaf of slavin ooit hun recht onthouden als zij iets met mij hadden?...